Deze  gedichten  zijn  een kleine verzameling  die ik eens op het  internet tegen ben  gekomen.

Mocht er  copyright op  zijn,  wil je dat mij dan melden?





  zoveel mensen


  zoveel mensen
  zoveel harten
  om te breken
  te beminnen

  zoveel mensen
  zoveel harten
  om te pesten
  of als vrienden

  elke dag maak
  je weer keuzes
  met wie lach je?
  óm wie lach je?

  zoveel stemmen
  wat doen ze dan?
  bemoedigen

                                                              

Als ik er ben gekomen
Bij die rand van de oceaan
Dan zal ik hem oversteken
En niet erin verzinken

Als ik erop ben geklommen
Op het topje ben van die hoge berg
Dan zal ik mijn vlag daar planten
En niet storten naar omlaag


Als ik een hamer en een beitel heb
Dan zal ik die muur die om mij ligt
Helemaal afbreken tot de laatste steen
Het grind word vermalen


Ik weet niet wanneer die dag komt
Maar tot die tijd ga ik verder
zwemmen klimmen en afbreken
zodat ik niet kan verzinken
mijn vlag kan planten
en het grind kan vermalen



Why dont u know me from deep inside,
Why do my feelings hide

Its like a blinking eye,
when its closed, my heart gives a cry,
when it opens, my heart wont give a sigh
Memories will not fade away,
so in my heart you will allways stay.

Dont think my heart is made of steel,
You cant reach me, you dont know how I feel.
Thats the thing that makes me sad,
That u know me oh so bad.

You think you know me all too well,
seeing you guess, makes me hurt like hell
Because you dont know what is going on in my mind,
Its that key you got to find.

My heart's like a maze,
You think you know which way to go,
But the door to my feelings,
It will not show.

You walk into my wall of impermeable pain,
Everytime you dont know which way to go, you are driving me insane,
Not only with things you do or say,
But because you just cant find the way...

                                      

De onbedachtzaamheid

Zie Keesje! deze dode mug
vloog nog zo even blij en vlug,
Maar ‘t is door onbedachtzaamheid,
Dat hij nu dood op tafel leit.
Hij had in ‘t kaarslicht zulk een zin,
En vloog er onvoorzichtig in.
Nu ligt hij daar: maar ‘t is te laat;
Er is voor ‘t mugje nu geen raad.
Hij werd bedrogen door de schijn.
O! laat ons dit een lering zijn,
Dat, eer men iets gewichtigs doet,
Men zich wat lang bedenken moet.
Een uur van onbedachtzaamheid
Kan maken dat men weken schreit.


Eenzaamheid
 
De eerste ik is algemeen bekend
Vol geluk en liefde in mijn leven
Soms zelfs wat verwend
Naar een toekomst kunnen streven.
 
Mijn andere ik zit opgesloten
In een gigantisch groot kasteel
Omringd door grachten en sloten

Bij de uitgang grijpt iets me bij de keel.
 
"Laat je niet kennen"
zegt dat stemmetje in mij dan
"Als hoe hard je zult rennen,
ontsnappen iets is wat je toch niet kan".
 
En elke dag wordt het kouder
In mijn gigantisch groot kasteel
En elke dag word ik ouder
Ook mijn opgesloten deel
 
"Alleen zijn" bedoelen
is iets wat iedereen begrijpen kan
maar echte eenzaamheid voelen
daar word je pas hopeloos van.


Ursula Feijen

 

 
home  next